In het dierenasiel
|
![]() |
Ik ben in het dierenasiel geweest.
Met de hele klas we gingen we gingen.
Met de auto's toen we er waren.
ging een meneer ons dingen vertellen.
We gingen in twee groepen splitsen.
Een ging naar de honden en de ander naar de katten.
Ik vond het heel leuk.
En we kregen een boekje en een kaart.
En toen gingen we naar huis.