Steeds beter lezen
| |
| |
 |
In de kernen 1 tot en
met 6 heeft uw kind alle letters geleerd. In principe kan het nu
eenvoudige eenlettergrepige woorden lezen. Alleen moet het
herkennen van woorden nu nog worden versneld en geautomatiseerd.
In de kernen 7 tot en met 12 leert uw kind woorden lezen die wat
moeilijker zijn. Dit zijn de lastige eenlettergrepige woorden
zoals kist, drop, hond, slang, bank, springt, meeuw, ja, zo en
woorden van twee en drie lettergrepen. Ook oefent uw kind om
niet meer spellend te lezen. Die lastige eenlettergrepige
woorden worden niet allemaal tegelijkertijd aangeboden en
geoefend. Ze zijn verdeeld over verschillende kernen.
In kern 7 komen vooral de sch-woorden
aan de orde. Uw kind leert hoe het woorden als 'we', 'je', 'ze',
'me' en 'te' moet lezen. Deze woorden klinken immers anders dan
je ze schrijft. Ook leert uw kind in deze kern hoofdletters.
Bovendien maken kinderen al kennis met
woorden met twee medeklinkers vooraan en achteraan (stoel,
lamp), woorden met –d en –b achteraan (heb, bad) en
samenstelling (zakmes).
Er komen geen voorleesverhalen en
reuzenleesboeken meer voor om een thema te introduceren
|
Top
Samen
bezig zijn |
| |
|
|
Hier
volgen tips om samen bezig te zijn met de kennis
die uw kind tijdens het leesonderwijs heeft
opgedaan.
Uw kind kan nu alle
eenvoudige teksten op AVI-niveau 1 lezen. Maak
het enthousiast voor lezen door regelmatig samen
naar de bibliotheek te gaan. Daar hebben de
AVI-1-boekjes een herkenbare kleur. Informeer
naar de kleur die in uw bieb wordt gebruikt.
Vaak staan deze boekjes bij de boeken voor
beginnende lezers. Meestal zijn ze gecodeerd met
de letters AA. Voor uw kind is betrokkenheid
belangrijk, wanneer het zelf een boek leest.
Praat daarom samen over het boek of laat uw kind
een stukje hardop voorlezen.
Uw kind leert de
hoofdletters. Na deze kern kan het dus ook
boekjes lezen waarin hoofdletters voorkomen.
Misschien hebt u een ABC-prentenboek of kunt u
er een lenen in de plaatselijke bibliotheek. Uw
kind zal de hoofdletters nu zeker herkennen.
Het toetsenbord van uw
computer heeft ook hoofdletters. Mogelijk hebt u
gebruikgemaakt van een eerdere suggestie om de
letters van het toetsenbord met doorzichtig
vershoudfolie en stickertjes te voorzien van
kleine letters. Dat hoeft nu niet meer.
Hebt u nog een oude
typemachine of kunt u die op de kop tikken? Uw
kind zal het zeker erg leuk vinden, als het in
de eigen speelhoek een typemachine heeft waarop
het ongedwongen kan typen. En ook nu zijn de
hoofdletters van het toetsenbord geen probleem.
Het bekende
Pim-pam-pet-spel maakt gebruik van hoofdletters
in de draaischijf. Waren die letters tot nu toe
te moeilijk? Het spel is vanaf dit moment zeker
geschikt!
En ten slotte een
knutseltip. Maak samen met uw kind van brooddeeg
hoofdletters en bak ze. Versier elke hoofdletter
met een klein voorwerp waarvan het woord met die
letter begint. Dit levert een aardig alfabet op.
Als u het in een lijst plakt, hebt u een heel
aardige en leerzame wanddecoratie. |
|
|
|
Top |
Print
en speel 1 |
| |
|
|
Op
school leert uw kind alle hoofdletters. Van het
alom bekende spel PIM PAM PET zijn de
hoofdletters dan geen probleem meer. Om die
letters goed te oefenen is het spelen van dit
spel een zinvolle activiteit. Maar het probleem
is vaak, dat kinderen de kaartjes niet zo goed
kunnen lezen. Daarom hebben wij voor u zestien
kaartjes gemaakt die u kunt uitknippen en
gebuiken bij het spelen van dit spel. Uw kind
kan al deze kaartjes nu al lezen, al zal dat nog
niet voor alle kinderen vlot gaan. Geef uw kind
de kans op rustig elke vraag op het kaartje te
lezen. |
|
|
Print
en speel 2 |
| |
|
|
Het
volgende lottospel speelt u met twee spelers.
Zijn er vier spelers, print het spel dan twee
keer. U beschikt dan over twee lottokaarten en
het dubbele aantal spelkaartjes. Knip de
spelkaartjes uit om het spel te kunnen spelen.
Spelregels
Leg de spelkaartjes in het midden op de tafel
met de letter naar beneden. Iedere speler draait
om de beurt een letterkaartje om en kijkt of de
kleine letter van die hoofdletter op zijn
lottokaart staat. Als dat zo is, mag hij het
letterkaartje neerleggen. Anders draait hij het
weer terug. Wie de lottokaart het eerst vol
heeft, is de winnaar. |
|
|
Leuke
materialen in bibliotheek en boekwinkel |
| |
|
In de
meeste bibliotheken en boekwinkels is een aparte
plank met materiaal voor beginnende lezers. Leuk
om ook thuis bezig te zijn met de ontdekkingen
die uw kind op school doet. Er zijn
samenleesboeken, spelletjes, voorleesboeken,
groeiboeken, audio-cd's, kleurboeken,
spelleerbloks en cd-roms. Allemaal afgestemd op
het niveau van uw kind.
Geschikt voor deze
periode: |
|
|
|
|
Versjesboek
daan gaat naar de maan, geschreven door Koos Meinderts,
Uitgeverij Zwijsen, ISBN 90.276.8183.x
|
|
De maan en
de fee (serie ik lees!), geschreven door Frank Smulders,
Uitgeverij Zwijsen, ISBN 90.276.4647.3
|
|
Van een
boom en een put (serie ik lees!), geschreven door Hans Kuyper,
Uitgeverij Zwijsen, ISBN 90.276.7525.2
|
|
maantjes
serie 7, Uitgeverij Zwijsen, ISBN 90.276.7854.5
|
|
raketjes
serie 7, Uitgeverij Zwijsen, ISBN 90.276.6167.7
|
|
Spetter,
serie 1 voor jaargroep 3, Uitgeverij Zwijsen
|
|
Ster, serie
1 voor jaargroep 3, Uitgeverij Zwijsen
|
|